De historie van de Bagel
Een bagel (uitspraak: beegel met een Engelse g-klank) is een broodje met een gat erin. Qua vorm lijkt hij veel op de donut, en wordt hier vaak mee verward. De bagel ligt echter veel zwaarder op de maag en wordt niet gefrituurd. Bagels hebben een gezond imago; ze worden zonder boter of margarine gebakken. Ze kunnen op vele manieren worden belegd.
De bagel is van oorsprong een Oost-Europees product, dat door joodse immigranten in de Verenigde Staten is geïntroduceerd. Ze vestigden zich onder andere in het zuidoosten van Manhattan, New York. Terwijl de winkels in New York op zondag gesloten waren, kon men in deze joodse wijk vlechtbroden (challes) en bagels kopen. Al snel gingen joodse bakkers met broodkarren door heel de stad.
De bagel associeert men dus vooral met de stad New York. Tegenwoordig worden de bagels er niet meer alleen door joodse bakkers bereid, en ook zijn de broodjes vaak niet koosjer. De meeste bagels worden machinaal vervaardigd en luchtiger gemaakt door toevoeging van ei. De klassieke New York bagel is belegd met roomkaas, gerookte zalm en ui.
De traditionele manier om bagels te maken vergt veel tijd. Het deeg wordt, nadat het lang gekneed en gerezen is, in een ringvorm gelegd. De bagels worden ondergedompeld in kokend water met siroop en daarna gebakken.
